Jacoline Groenendijk

vrijwilligerservaringen

Aan het begin van dit jaar, ben ik een half jaar naar Brazilië geweest om als vrijwilliger op Sítio Shalom te werken. In 2007 was ik met een werkvakantie geweest en het liet me niet los. Het werk van REMER vind ik zo bijzonder, dat ik graag nog eens terug wilde om een heel klein steentje bij te dragen.

Jacoline Op Sítio Shalom heb ik geklust, activiteiten met de kinderen gedaan, ’gechauffeurd’ en ingesprongen waar nodig was. Net terug uit Brazilië, is mij gevraagd een ‘kort’ stukje te schrijven. Maar dat valt nog niet mee! Hoe kan ik een half jaar in een ‘kort’ stukje weergeven. Toch zal ik het proberen en voor meer (dagelijkse) verhalen van het afgelopen half jaar, verwijs ik naar de website: http://jacolinegroenendijk.waarbenjij.nu. Het is in ieder geval een fantastisch half jaar geweest, met bijzonder veel indrukken, die ik aan de hand van een paar woorden zal beschrijven.

Liefde - Eén van de dingen die mij het meest opviel is de grote liefde. De liefde van de medewerkers van REMER voor de kinderen. Of men nu direct met de kinderen werkt of er iets verder van afstaat, de liefde voor de kinderen is wel de basis van alles. Kinderen die vaak niet weten wat liefde is, worden opgevangen in de liefdevolle armen van de medewerker van REMER. De kinderen leren: ‘God houd van je, wij houden van je! Je bent geliefd!’

Groeien - 20 jaar REMER. In maart heb ik dit feest mee mogen maken. Het was een feest waarbij er dankbaarheid was voor het verleden en vertrouwen in de toekomst van de organisatie. Want REMER is een groeiende organisatie. Niet alleen qua grootte (nieuwe projecten), maar zeker ook qua inhoud, invulling en uitvoering van het beleid van de organisatie. Treffend vond ik de uitspraak in een overleg: ‘We moeten niet veranderen, maar we willen groeien.’

God - Het is geweldig om te zien hoe God het werk zegent. Hij is aanwezig! Mooi om te horen hoe mensen hun geloof beleven en hoe kinderen (hoe klein ze ook zijn) getuigen van God. Op een zondagavond kwam een meisje van 7 jaar, hand in hand met mij lopen. Toen ik vroeg of het leuk was in de kerk, antwoordde ze blij: ‘Ja! Weet je, ik hou van God en ik hou héééééééél veel van Jezus.’ Prachtig toch!

Een vraag aan jou! Tijdens mijn verblijf in Rio heb ik het volgende geschreven: Het is zo indrukwekkend om de nood van de straatkinderen te zien. De verslaafde kinderen, die geen besef van tijd of het leven om hen heen hebben. Ze zijn alleen bezig met overleven... En ik stelde mezelf de vraag: ‘Wat doe jij aan deze ellende?’ En voor ons allemaal de vraag: Waar zijn wij in deze ellende? We zullen nooit kunnen zeggen dat we het niet weten. Het journaal, internet, de kranten, berichten genoeg over ellende in de wereld. En voor mij, zijn het nu de kinderen hier op straat in Rio, die mij keihard confronteren met de vraag: "Waar ben jij/ waar blijven jullie (stinkend rijke) Nederlanders in onze ellende?". En ik vroeg mij af, wat ik kan antwoorden... Ik weet ‘t niet... Hoe kan het dat mensen meer geld uitgeven aan honden- en kattenvoer, dan zich te bekommeren om kinderen die ten ondergaan in deze wereld, omdat niemand om hen geeft? Hoe kan het?? Hoe kan het, dat we maandelijks liever al ons extra geld op de spaarrekening storten, dan structureel een goed doel te ondersteunen? Hoe kan het dat jij en ik, vaak liever nog een paar schoenen (die je eigenlijk niet nodig hebt) kopen dan 25 euro overmaken om een kind in nood te helpen? Makkelijker langs de Mc Drive gaan, dan een tientje te storten naar de kids in Afrika, die verschrompelen, omdat ze niets te eten hebben. Hoe kan het??? En wat zou ik moeten zeggen als ze het mij zouden vragen. Ze hebben de vraag niet hardop uitgesproken natuurlijk, maar in elke vies kindergezichtjes, dat ik zie, weerklinkt voor mij deze vraag...

Hoop - Er is hoop voor een kind! Er is hoop voor het straatkind, dat uiteindelijk toch kiest om van de straat te komen. Hoop voor het kind, dat stil en bedrukt op de Sítio aankomt en een paar dagen later zijn plekje al heeft gevonden en zit te lachen en te spelen. Zolang je blijft geloven dat er hoop is voor een kind, blijf je ook knokken voor kinderen in soms ronduit hopeloze situaties.

Respect - Ik heb respect gekregen voor de kinderen, die ondanks alle ellende, iets van hun leven willen gaan maken. Maar vooral ook voor de medewerkers, die zich inzetten voor deze ‘vergeten groep’. Respect voor hen die de (straat)kinderen omhelzen, ze laten zien dat ze waardevol zijn, ze liefde geven en hen opvoeden. Respect voor alle medewerkers van REMER: van de president tot de kokkin, van de klusjesman tot de coördinatrice. Kortom: Gigantisch veel respect voor het werk van REMER.

Jacoline Groenendijk