Waarom REMER?

vrijwilligerservaringen

Waarom REMER? Dat is de vraag die we veel gesteld kregen voordat we in september 2003 zijn afgereisd naar Brazilië om daar binnen het project van REMER te gaan werken. Waarom REMER? Ongeveer anderhalf jaar geleden besloten wij, Janetta Roddenhof (34) en Walter Wildöer (39) om ons voor een aantal jaren te gaan inzetten voor mensen die het aanmerkelijk minder hadden dan wij. Janetta werkte bij de gemeente Wervershoof als consulent werk, inkomen en zorg en ik werkte als hoofdagent van politie in dezelfde gemeente.

Walter Nadat we deze beslissing hadden genomen begon voor ons een speurtocht naar een project wat goed bij ons zou passen. In eerste instantie stonden wij overal voor open. Na diverse gesprekken met mensen die veel ervaring hadden met het werken met straatkinderen in Brazilië, hebben we onze speurtocht geconcentreerd op deze richting. Vervolgens zijn we het internet opgegaan. We kwamen er al snel achter dat er heel veel projecten zijn die heel divers van opzet zijn. Ook kwamen we er achter dat er best wel veel malafide projecten zijn die op heel gewiekste wijze geld proberen te verdienen aan mensen zich in willen zetten als vrijwilliger. Dure cursussen, niet bestaande projecten en extreem hoge "inlegkosten" om te mogen participeren in een project.

Uiteindelijk hadden we een aantal projecten uitgezocht die ons het meest aanspraken. Bij een aantal van die projecten zijn we op gesprek geweest. Ook REMER zat daar tussen. Wat ons heel erg aansprak was de professionele aanpak bij het werven van de vrijwilligers. Niet zo van "Ja hoor, natuurlijk, wanneer kun je beginnen?" Het was een echte sollicitatieprocedure met alle ins en outs. Hieruit bleek voor ons alleen maar dat de mensen die zich hiermee bezighielden hun werk en hun kandidaten bijzonder serieus namen. Uit de vele informatie die wij kregen bleek tevens dat de organisatie niet alleen maar kinderen opving maar dat er een constructieve manier werd toegepast om de kinderen van het begin tot het einde te begeleiden. Vanaf de straat tot op de arbeidsplek zeg maar. Gelukkig werden wij geschikt bevonden en zijn dus in zee gegaan met REMER.

Wij hadden voor onszelf een termijn afgesproken van circa drie jaren. De meeste vrijwilligers gaan voor een half jaar. Wij hadden zelf het idee dat je in een half jaar net gewend bent aan de taal, de cultuur, de mensen etc. etc. Dat geldt natuurlijk voor ons maar zeker ook voor de kinderen. Zijn ze net aan je gewend, ga je weer weg. Vandaar drie jaar met zeg maar een open einde. Zo van "we zien wel hoe we ervoor staan aan het eind van die drie jaar en wat we dan gaan doen."

Vervolgens hebben we beiden onze baan opgezegd per 1 september 2003. Allerlei zaken geregeld zoals verzekeringen en dergelijke. Daarna het huis verkocht en als laatste de auto’s verkocht.

Op 1 september 2003 zijn we dus afgereisd naar Brazilië. We zijn eerst naar Salvador gegaan waar we een taalcursus hebben gevolgd. De bedoeling was dat we dit vier weken zouden gaan doen. Vier weken de schoolbanken in om het Portugees redelijk onder de knie te krijgen. Na ruim twee weken belde Paul echter op dat ze erg omhoog zaten en of we niet meteen wilden doorreizen. Na kort overleg hebben we dat gedaan.

Dus op naar de Sítio. Bij aankomst werden we hartelijk ontvangen door Paul en Robert. Onze taken zouden bestaan uit chauffeursdiensten, het geven van Engels en informatica, wat licht onderhoudswerk, het assisteren van Luiz (coördinator sport en spel) en verder alles wat maar voorhanden komt.

Een van de eerste weken zijn we met Robert meegegaan naar Rio de Janeiro om te zien waar het allemaal begon en om begonnen is. Het was heel erg indrukwekkend om de ellende te zien die daar heerst. Iedereen kent de voorbeelden, iedereen kent de verhalen. Wij kenden ze ook. Wat we daar gezien hebben overtrof echter ons voorstellingsvermogen. We hebben in ons leven en door ons werk beiden best wel het een en ander gezien maar waren toch diep onder de indruk van wat we daar aantroffen. Hierdoor groeide ook het respect voor de mensen van REMER die in Rio werken. Wat ook groeide was de zin om op de Sítio aan de slag te gaan. Robert was geslaagd in zijn opzet. Wij wisten waar het om begonnen is en wij wisten waarvoor wij het deden.

Nu hebben wij er inmiddels bijna een half jaar Sítio opzitten. Met de taal gaat het steeds beter en we zijn aardig gewend aan de temperatuur, het eten en de cultuur. Wij kennen de kinderen en de kinderen kennen ons. In het begin vinden de kinderen ons overdreven aardig en doen alles om in een goed blaadje te komen. Je weet tenslotte maar nooit waar het goed voor is. Dat hebben we maar een beetje over ons heen laten komen. De ervaring die we tot nu toe hebben opgedaan overtreft onze hoop en verwachtingen. We hebben nu na een half jaar het idee dat we goed ingewerkt beginnen te raken. Het contact met de kinderen verloopt heel goed. Niet omdat we nieuw zijn en dat er misschien wel wat te halen is, maar puur om wie we zijn. En het is geweldig om te zien hoe de kinderen op de Sítio kind kunnen zijn. Kunnen spelen, naar school kunnen gaan en kunnen opgroeien zoals een kind hoort op te groeien.

Wij zijn altijd uitgegaan van het idee dat een kind altijd het best af is bij zijn familie. Hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn. Dit was geredeneerd vanuit ons eigen referentiekader. Van een aantal kinderen hebben we inmiddels de thuissituatie gezien. Als je dan terugrijdt dan ben je blij dat er zoiets als de Sítio is en weet je dat de kinderen niet beter af kunnen zijn dan daar. De organisatie blijft ook streven naar verbetering. Steeds worden er nieuwe ideeën bedacht en als de ideeën goed zijn worden zij indien mogelijk ook doorgevoerd. Er wordt niet tevreden achterover gehangen maar er is een constante ontwikkeling gaande. Wij vinden het geweldig om hier deel van uit te kunnen maken.

Het werken met de kinderen bevalt ons heel goed. De kinderen die op de sítio zitten hebben allemaal hun verleden. Als we de verhalen over hun verleden horen dan lopen ons vaak de rillingen over de rug. Uiteraard gaan kinderen ieder op hun eigen manier om met hun verleden. Sommige zijn bijna autistisch te noemen, terwijl andere hyper zijn. Sommige doen alles voor positieve aandacht en andere slaan je bij wijze van spreken het liefst een blauw oog. Maar dat maakt het werk ook weer heel boeiend. En het is prachtig als je met de meeste kinderen een goede band kunt krijgen met wederzijds respect. Voor de kinderen die getraumatiseerd zijn staan een aantal professionele hulpverleners klaar die hen helpen met de verwerking daarvan.

Voordat wij vertrokken naar de Sítio hebben wij ons beziggehouden met fondsenwerving voor het project. Dat was best wel moeilijk. We hadden alleen de informatie uit de verhalen van mensen die op de Sítio gewerkt hadden of die bij de stichting werkten. Toch hebben we een vrij groot bedrag bij elkaar kunnen brengen. Inmiddels hebben we kunnen zien wat je met het geld kunt doen op de Sítio. Paul heeft de hand stevig op de knip. Er wordt goed op toegezien dat er geen geld over de balk gaat. Natuurlijk, de sítio kost geld. Er werken mensen, er moet gegeten worden, de benzine voor de auto moet worden betaald en er zijn andere kosten. Maar alles wordt zo efficiënt mogelijk gedaan. De eerlijkheid gebied ons te zeggen dat dat de verdienste is van de Nederlanders die er zitten, want efficiënt en Braziliaan zijn twee begrippen die absoluut met elkaar botsen.

Dan nu een aantal dingen die ons persoonlijk zijn opgevallen of die ons blijven verbazen:
- Rijst en zwarte bonen. Dat is het hoofdvoedsel in Brazilië. Wij hebben af en toe zo iets van "Nu even niet!!!" Als we dan in een huis zitten proberen we wel eens wat anders. Zo hadden we van de rijst nasi gemaakt. We hadden vanuit Nederland allerlei kruiden en dergelijke meegenomen. Terwijl wij kwijlend boven de pan hingen hadden de kinderen zoiets van "Is er misschien iets van rijst met zwarte bonen?"
- Voetbalschoenen. De kinderen zijn gek op voetbal. Niet iedereen is in het luxe bezit van sportschoenen. Als je dan een stel sportschoenen hebt kun je die altijd delen. Als je rechtsbenig bent dan zoek je iemand met dezelfde maat die linksbenig is. Zo hebben in ieder geval twee mensen baat bij één paar schoenen.
- Feestdagen. Iedere dag is een speciale dag. We zullen er een paar opnoemen om een beeld te geven. Je hebt de dag van: de verpleegster, de secretaresse, de chauffeur, vaderdag, moederdag, opadag, omadag, de dag van het kind, de nevendag, de nichtendag, de dag van de vrijwilliger, de dag van het paard, professordag en ga zo nog maar even door.
- Tijd. Een Braziliaanse minuut duurt ongeveer vijf à tien minuten. Dit is voor Nederlanders moeilijk om aan te wennen.

We zijn nu weer tijdelijk in Nederland. We wilden voor een periode van drie jaar werken in het project. Hiervoor hebben wij uiteraard een verblijfsvergunning nodig. Vooraf hadden we geïnformeerd. Het zou mogelijk zijn om in Brasilia, de hoofdstad van Brazilië al onze documenten in te leveren en een verblijfsvergunning aan te vragen. Een aantal weken geleden zijn we naar Brasilia gegaan. Daar zijn we tegen veel kasten, maar nog meer muren aangelopen. Een week lang hebben we heen en weer gelopen van het ene ministerie naar het andere. Toezeggingen werden met een strak gezicht herroepen. Om een heel lang verhaal kort te maken, we moesten terug naar Nederland om onze documenten in te leveren bij het Braziliaans consulaat in Rotterdam. Die zouden de documenten dan opsturen naar Brasilia, naar het loket waar wij hebben gestaan (!?). Ondanks hulp van de Nederlandse ambassade in Brasilia en de Directeur Westelijk Halfrond van het Ministerie van Buitenlandse zaken bleek daar niet aan te tornen. We zijn dus meteen teruggegaan naar Nederland en hebben daar de documenten ingeleverd. De behandelingsprocedure moeten we in Nederland afwachten. Dit kan minimaal 1 maar maximaal wel 3 maanden duren. Dat is dus voor ons, maar ook voor de Sítio wel even flink balen. Maar ja het is niet anders. Zodra we een belletje krijgen dat de vergunning er is, halen we hem meteen op en gaan met de eerste de beste vlucht terug naar de Sítio om daar door te gaan met het prachtige werk van REMER/'Help mij Leven'. We willen in ieder geval gelijk even van de gelegenheid gebruik maken om iedereen te bedanken voor de steun die we, in welke vorm dan ook hebben mogen ontvangen.

Walter en Janetta