historie

Stichting 'Help mij leven'

In 1983 vertrekt de Nederlander Robert Smits voor een rondreis naar Zuid Amerika. In Rio de Janeiro wordt hij getroffen door het lot van de straatkinderen en neemt hij het besluit hier iets aan te doen. Terug in Nederland leert hij Portugees en bereidt zich voor om voorgoed terug te gaan naar Brazilië, wat hij in 1984 doet. Hij richt daar een stichting op, REMER, wat staat voor 'Refúgio de meninos e meninas da rua': 'Schuilplaats voor straatkinderen'. Het doel van REMER is om straatkinderen hulp en een betere toekomst te bieden. Dit kan door op straat met ze te werken, maar liever nog door ze onder te brengen bij familie of pleegouders of door ze zelf op te vangen en naar school te sturen.

Het werk van Robert begint eenvoudig. Nog voordat REMER een feit is, start hij de sportclub Sparta in de krottenwijk Morro da Providência, met als doel de kinderen een alternatief te bieden voor het werk in een drugsbende. Iedere Braziliaan is gek op voetbal, en in Morro da Providência kan dat vanaf dan bij Sparta. Zo werkt Sparta als middel om de kinderen in de favela van de straat en uit de drugsbende te houden.

Om straatkinderen te bereiken, gaat hij iedere avond met eten en drinken naar het plein 'Central'. 'Central' is het plein bij het centraal station in Rio de Janeiro, waar vooral 's avonds veel straatkinderen in de drukte rondzwerven op zoek naar iets te eten of een slaapplaats. Het lukt Robert een vertrouwensband met deze kinderen op te bouwen. Ondertussen bouwt hij aan een team van straatwerkers, begeleiders en pedagogen, die samen aan de slag gaan.

In 1989 huurt REMER een gebouw voor dagopvang, waar straatkinderen komen voor een broodje, een douche en sport & spel. Daarnaast kunnen de kinderen allerlei activiteiten doen, zoals houtbewerking of T-shirt bedrukken. Ook kunnen ze beroepscursussen volgen, bijvoorbeeld tot automonteur. Later wordt het huis ook opengesteld om te overnachten. Dat is immers de gevaarlijkste tijd om op straat te zijn, blootgesteld aan geweld en verkrachting.

Het doorgangshuis is bedoeld als tijdelijk verblijf voor de straatkinderen. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om de kinderen terug te plaatsen bij hun familie, bij pleegouders of in meer permanente opvangtehuizen. In veel gevallen lukt dit, vaak met intensieve begeleiding achteraf. Voor een klein aantal kinderen kan echter geen andere opvang gevonden worden.

Daarom koopt REMER met hulp uit Nederland een gebouw, dichtbij 'Central'. Dit huis gaat dienst doen als meer permanent opvanghuis. Hier kunnen de kinderen wonen, voor wie niet op korte termijn andere opvang kan worden gevonden. Er kunnen 8 à 9 kinderen wonen. Deze kinderen moeten allemaal naar school en moeten ook een cursus volgen. Men blijft hier wel zoeken naar andere woonmogelijkheden voor de kinderen.

Eind 1991 krijgt REMER te maken met één van de grootste tegenslagen uit haar bestaan: het doorgangshuis, dat gehuurd werd van een kerk, wordt teruggeëist door deze kerk. Enkele van de taken van het doorgangshuis worden overgenomen door het opvanghuis. Voor de kinderen die in het opvanghuis wonen, wordt nog actiever gezocht naar andere mogelijkheden zodat er sneller plaatsen vrij komen voor nieuwe straatkinderen.

Toch is het opvanghuis eigenlijk te klein. Daarom ontstaat het idee om een boerderij te beginnen voor opvang van deze kinderen, ver weg van Rio, ver weg van het geweld en van de straat. In 1992 wordt de eerste stap gezet door een stuk grond te kopen in het dorpje Pequeri, op 200 km van Rio. De bedoeling is om op dit stuk grond acht huizen te bouwen, met in ieder huis acht kinderen onder de hoede van pleegouders. Deze kinderen wonen hier tot ze op eigen benen kunnen staan, ongeveer tot hun 18e. Ze gaan naar school en leren een vak.

De boerderij in Pequeri, die 'Sítio Shalom' (boerderij van de vrede) wordt genoemd, groeit met behulp van groepen Nederlandse jongeren in tien jaar tijd uit tot tot een volledig kinderdorp. Er staan onder andere acht woonhuizen, een centrale keuken met eetzaal, een gebouw waarin vrijwilligers en gasten kunnen verblijven, cursusruimten, een sportveld en kantoren voor de medewerkers. De acht huizen worden door 50 à 60 kinderen bewoond.

De kinderen gaan één dagdeel naar school, zoals in Brazilië gebruikelijk is. De meesten hebben daarnaast gedurende één dagdeel een 'activiteit', waarbij ze zich nuttig maken voor de Sítio en bovendien een vak leren. Voorbeelden hiervan zijn brood bakken, in de groentetuin werken, de koeien melken en de kippen verzorgen. Ook worden de oudere kinderen wanneer mogelijk allerlei andere cursussen en (beroeps-)opleidingen aangeboden, zoals computercursus, zoals sieraden maken, confectiecursus, etc. Om de kinderen verantwoordelijkheid voor andere mensen en hun bezittingen aan te leren, dragen allen een steentje bij aan de dagelijkse klusjes in huis, zoals afwassen, bed opmaken of de vloer vegen.

Ondertussen staan de ontwikkelingen in Rio de Janeiro ook niet stil. In 2001 wordt een nieuw doorgangshuis geopend, direct bij het station aan plein Central: 'Casa Nova Esperança', oftewel 'Huis Nieuwe Hoop'. Hier kunnen de straatkinderen dagelijks terecht voor een warme maaltijd, een douche, schone kleding, medische en sociale begeleiding, een moment van ontspanning. Het is een groot succes: gemiddeld meer dan 30 kinderen per dag bezoeken het huis. Ondertussen gaat natuurlijk ook het werk op straat en in de krottenwijken gewoon door. Dagelijks zijn de medewerkers van REMER op straat te vinden. REMER is dan ook een begrip onder de straatkinderen in het centrum van Rio de Janeiro.

Eind 2004 opent een nieuw opvanghuis haar deuren in Rio: Casa Betânia, gelegen vlakbij het centraal station en de Morro da Providência. Hier worden maximaal 14 jongens gehuisvest voor de duur van maximaal een half jaar. In die periode wordt gezocht naar een permanente opvangplek. Als die er niet is, stromen de jongens door naar Sítio Shalom. Casa Betânia vervangt zo het vroegere opvanghuis, dat al eerder van functie veranderde: in de zogenoemde ‘República’ wonen sinds 2000 jongeren die volwassen zijn geworden op Sítio Shalom. Zij krijgen daar begeleiding bij het afronden van hun opleiding, het zoeken naar een baan en bij het zelfstandig leren wonen. In 2003 start ook in de dichter bij Sítio Shalom gelegen stad Juiz de Fora een dergelijke República, die in 2005 wordt uitgebreid tot een waar studentenhuis in eigendom van REMER. Voormalige straatkinderen die op Sítio Shalom veelbelovende studieresultaten halen, gaan in Juiz de Fora wonen waar ze op een opleidingsinstituut met een uitstekende reputatie hun middelbare school mogen voltooien.

Omdat de bouwkundige staat van het inloophuis bij 'Central' slecht is en de huurprijs hoog, wordt het doorgangshuis in 2006 tijdelijk gesloten en vindt extra opvang plaats in opvanghuis Casa Betânia. Ondertussen zoekt REMER naar een goede locatie voor een nieuw inloophuis. Na een paar pogingen lukt het uiteindelijk om een huis aan te kopen in de wijk Meier, net buiten het centrum. De ligging en indeling van dit huis zijn zeer geschikt om er de opvangfunctie in te vestigen, die tot begin 2007 in Casa Betânia zat. Casa Betânia krijgt daardoor vanaf 2007 de functie van inloophuis, vanwege de gunstige ligging tussen het busstation en 'Central' waar veel straatkinderen rondzwerven.

Zo biedt REMER straatkinderen in meerdere stappen de kans om van de straat weer een normaal bestaan met perspectief op te bouwen:
1. Straatwerk
2. Inloophuis (gevestigd in Casa Betânia bij de Morro da Providência)
3. Opvanghuis (in de wijk Meier)
4. Permanente opvang op Sítio Shalom (in Pequeri, 160 km buiten Rio)
5. Studiehuis (in Juiz de Fora)
6. Begeleid wonen voor 18+ ers (in Rio en Juiz de Fora)

Hulp blijft nodig.
Sinds 1983 is er veel gebeurd in Rio de Janeiro en Pequeri. In krottenwijken bij 'Central' in de buurt draaien dankzij Sparta en REMER preventieve programma's om de kinderen van de straat en uit de drugswereld te houden. Al meer dan tien jaar lang bieden de medewerkers van REMER de straatkinderen op en rond plein Central eerste hulp en verdere opvang. De woonboerderij in Pequeri biedt plaats aan 50 à 60 kinderen. In Juiz de Fora woont een tiental pubers in het studentenhuis, waar ze een goede opleiding kunnen volgen. Diverse jongeren die op de boerderij volwassen zijn geworden, wonen onder begeleiding van REMER of zijn zelfs al helemaal zelfstandig: vaak getrouwd en met een baan.

Zo zijn tientallen kinderen goed terecht gekomen: sommigen bij hun eigen familie, anderen in pleeggezinnen en een aantal is bij REMER volwassen geworden. Ze zijn gestimuleerd naar school te gaan en een baan te vinden om hun volwaardige rol in de maatschappij te kunnen vinden.

Vele anderen hebben het niet gered. Zij zijn weer op straat terecht gekomen en de meesten van hen hebben dat niet overleefd. Voor de kinderen die het wel gehaald hebben is REMER echter van onschatbare waarde geweest: de waarde van een kinderleven. Hetzelfde geldt voor alle kinderen die nu op Sítio Shalom leven. Eens was dit een kaal stuk grond, nu een prachtige plek om te wonen, leren, spelen en vooral weer kind te zijn.

Dit alles was onmogelijk geweest zonder de inzet van vele medewerkers en vrijwilligers in Brazilië en Nederland en de giften van honderden mensen, waardoor het werk betaald kon worden. Ook in de toekomst zal het werk hier op moeten steunen. Want hoewel REMER streeft naar zoveel mogelijk zelfvoorzienendheid, is het moeilijk om binnen de Braziliaanse maatschappij voldoende aandacht, draagvlak en geld voor dit schrijnende probleem te vinden. De betrokkenheid vanuit Nederland ervaren de medewerkers van REMER altijd als een grote morele steun: dat zelfs zo ver weg mensen zich inzetten om hen te helpen de straatkinderen een beter leven te bieden, zien zij als een grote blijk van waardering voor dit moeilijke werk.