Beste vrienden,
REMER viert momenteel zijn twintigjarig bestaan. Ik wil graag stilstaan bij een aantal verschillen tussen toen en nu. In 1989 kende Brazilië grote economische problemen (een enorme buitenlandse schuld en een inflatie van 365%). Nu gaat het met Brazilië, zoals president Lula zegt, vooruitstrevend. Maar nog altijd leven 26,7 miljoen kinderen in een gezin dat moet rondkomen met een half minimuminkomen (rond 100 dollar). In 1989 kende Rio ongeveer 600 krottenwijken, nu meer dan 800. In 1989 leefden tienduizenden kinderen op straat, nu zijn dat er een paar duizend. In de eerste jaren ging het om kinderen die het ouderlijk huis verlieten en op straat hun geld probeerden te verdienen om zo niet langer thuis mishandeld te worden, nu gaat het om kinderen die op straat belanden omdat ze bedreigd worden door de drugsbendes en eenvoudigweg hun eigen wijk niet meer in mogen komen. In 1989 woedde er een burgeroorlog in de krottenwijken die duizenden slachtoffers maakte. Nu heerst die oorlog nog steeds, maar maakt vooral slachtoffers onder kinderen. De droom van een straatkind in die tijd was terug te keren bij familie, nu hopen ze profvoetballer te worden (zonder te kunnen voetballen), of soldaat in een drugsbende. De meisjes werden pas na hun zestiende zwanger, nu tussen dertien en vijftien jaar. Twintig jaar geleden snoven de kinderen schoenlijm om de ellende te vergeten. Nu gebruiken ze crack. In die tijd leefden de straatkinderen op de openbare plekken in het mooie gedeelte van Rio, nu worden zij steeds meer verbannen naar de krottenwijken uit het centrum. In 1989 werkten verschillende organisaties in het centrum met straatkinderen, nu nog maar twee.
Straatwerk
In 1989 gingen een betaalde straatwerker en een vrijwilliger een aantal avonden in de week naar het plein 'Central' om broodjes uit te delen en het vertrouwen te winnen van de kinderen. We moesten alles alleen doen: geboortebewijzen regelen en contact zoeken met de familie voor een eventuele thuiskomst. Het moest allemaal met openbaar vervoer en kostte veel tijd.
Tegenwoordig heeft het straatteam (bestaand uit drie werkers) een eigen kantoor en een volkswagenbusje zodat veel plekken in de stad kunnen worden aangedaan en er diverse familiebezoeken gedaan kunnen worden. Niet alleen ‘s avonds, maar vijf dagen per week, ook overdag. Er is steeds meer en beter contact met de kinderbescherming voor efficientere hulp.
Sparta - Rio de Janeiro
In 1989 was Sparta een club met nog geen 200 leden waar voornamelijk aan voetbal werd gedaan om de jeugd uit de bendes te houden. Momenteel heeft de club meer dan 350 leden, is er behalve voetbal ook jiu-jitsi, judo en capoeira. Verder heeft de club een schooltje waar bijles wordt gegeven aan meer dan honderd kinderen, heeft de club de enige bibliotheek van de gehele wijk, een alfabetisatie cursus voor ouderen en zal binnenkort computerlessen worden gegeven.
Inloophuis
In maart 1989 ging ons nachtverblijf op het Methodisteninstituut open waar doordeweeks, tussen zes uur ’s avonds en acht uur ’s ochtends twintig kinderen konden slapen. Dit werd begeleid door drie groepsleiders. Tegenwoordig is huize Betânia doordeweeks overdag open voor straatkinderen. Maandelijks komen hier honderden kinderen, waar ze worden bijgestaan door twee groepsleiders, een maatschappelijk werkster en een psychologe.
Het woonhuis
Ons eerste woonhuis aan de Rua da América ging in 1990 open. Daar konden acht kinderen wonen. We hadden in die tijd ontzettend veel moeite om de kinderen te laten doorstromen naar andere plekken, zodat kinderen hier lang bleven wonen. Nu wonen in het opvanghuis Nova Esperança tien kinderen en hebben alleen al in het afgelopen half jaar tientallen kinderen hier gewoond. Danzij goede samenwerking met andere organisaties is het makkelijker geworden professionele begeleiding voor hen te vinden en ze door te laten stromen naar permanente opvang.
Sítio Shalom
In 1989 gingen wij voor het eerst met een groep straatkinderen naar een vakantiekamp in de bergen ver buiten de stad. Daar ontdekten wij hoe de kinderen in de natuur zoveel sneller veranderden dan in ons huis in het centrum van Rio. In dat kamp werd het plantje gezaaid om drie jaar later in het dorpje Pequeri te gaan oogsten.
Momenteel hebben wij op Sítio Shalom acht woonhuizen waar meer dan 50 kinderen wonen. Allen gaan in Pequeri naar school, waar de oudsten ook allerlei andere activiteiten ondernemen. Door al de jaren heen zijn meer dan honderd kinderen die van de sítio zijn weggegaan, goed terecht gekomen.
Verder is er een studentenhuis in Juiz de Fora waar veertien jongeren wonen.
Is het allemaal wel zo makkelijk gegaan zoals boven beschreven? Nee natuurlijk niet, want wie kent niet de verhalen van de moord op de eerste groepsleider Raimundo, de moorden van vele kinderen, de doodsbedreigingen aan straatwerkers, verhalen van politie en bandieten die onze huizen binnenvielen, kinderen die groepsleidsters fysiek en psychisch verwondden, autoriteiten die tegenwerkten. Met alle onrecht om je heen is het moeilijk om stil te blijven en zo de veiligheid te bewaren van de kinderen.
Duizenden kinderen zijn door de jaren heen benaderd, honderden hebben de straat verlaten. Dit alles door dat kleine projectje dat in 1989 begonnen is en dat een enorme uitstraling heeft gekregen. Vaak denk ik aan de tientallen bezoekers, vrijwilligers en medewerkers die bij ons zijn geweest en die, geraakt door het werk, iets voor hun medemens wilden betekenen.
Toen REMER twintig jaar geleden werd opgericht kregen we de volgende tekst opgedragen: ‘Ik weet wat u doet. Ik heb er voorgezorgd dat de deur voor u open staat, zonder dat iemand hem kan sluiten.’ (Openbaringen 3:8). Na 20 jaar kunnen we oprecht zeggen: Dank u God, dat u zo trouw bent!!
Kort nieuws
- In maart is REMER in samenwerking met de metodistenkerk in de krottenwijk Jacarézinho bijlessen begonnen voor 80 kinderen met leerproblemen.
- In januari is weer een prachtig vakantiekamp gehouden voor bijna 300 kinderen uit de krottenwijk Providência, ditmaal met elke dag goed weer.
- Eind januari werd in Rio ons volkswagenbusje gestolen. Na een week werd hij volledig kaalgeplukt teruggevonden. Door allerlei rompslomp met de verzekering kan hij nog steeds niet gemaakt worden.
- Paul van Rijn is weer terug op de plek waar hij zich thuis voelt. Vanaf 26 februari werkt hij in huize Betânia bij ‘zijn jongens’.
- In februari is het werk met straatkinderen in de krottenwijk Manguinhos (die verslaafd zijn aan crack) verder uitgebreid.
- In januari zijn door de altijd weer enthousiaste groep mannen en vrouwen uit Nederland, vooral Grou, zonnepanelen geplaatst op acht woonhuizen, de keuken en het gastenverblijf op de Sítio. Dit scheelt ons zo in de kosten en het werkt prachtig!
Er zijn acht nieuwe kinderen bijgekomen op Sitio. Eén jongen is weer terug naar familie en twee zijn naar het studentenhuis gegaan.
Het feest ter ere van het twintigjarig bestaan van REMER werd bijzonder gevierd. Vrijdag zes maart waren 200 mensen aanwezig op onze dankdienst en aansluitende cocktail, waaronder vele oud-werkers. Hierbij werd ook Marieke Oostenbrink symbolisch gehuldigd met een oorkonde. Het was voor ons echt geweldig dat zij en haar man Piet hierbij aanwezig waren, zoals alle bestuursleden van stichting ‘Help mij leven’ door de jaren heen bij ons op bezoek zijn geweest in Brazilië. Zaterdag zeven maart was er een feest op een plein waar ongeveer 110 straatkinderen waren die zich vermaakten met muziek, dans, theater, spelletjes en vooral lekkere hapjes.
Tijdens het feest vroeg ik aan de vijftienjarige, acht maanden zwangere Erica of het een jongetje of meisje zou worden. Zij antwoordde: ‘een jongen’. Ik vroeg: ‘Hoe ga je hem noemen?’. Erica antwoordde met een glazige blik: ‘Geen idee, hoe wil jij dat ik hem noem?’
Ik wil jullie allemaal bedanken dat wij dit feest na twintig jaar mochten meemaken. Er is zoveel gebeurd, we hebben zo veel kunnen doen. Jullie hebben dit mogelijk gemaakt door je in te zetten op veel verschillende manieren: financieel, door te bouwen, ons te bezoeken, of met gebed. We worden door jullie bemoedigd om niet op te geven maar door te zetten en samen met de kinderen te strijden voor een betere toekomst. Voor kinderen die dag in dag uit grote risico’s lopen. Zolang hier de strijd doorgaat vraag ik je te blijven meevechten, totdat de rechten voor kinderen hier erkend worden.
Ik wens jullie allen Gods Zegen toe,
Met zeer vriendelijke groet,
Oetsia, Moises, Janine en Robert