In Rio de Janeiro zijn zo'n 750 favela's waar naar schatting zo'n 3 miljoen mensen wonen. Een favela is vaak onoverzichtelijk met straatjes en steegjes vol kleine eigengemaakte huizen, vaak opgebouwd tegen de steile rotshellingen. De 'woningen' zijn meestal eerst opgebouwd uit bouwafval, golfplaten en gebruikte materialen. Maar wanneer de financiële positie het toelaat worden de huizen al snel verbeterd en met bakstenen gemaakt.
Voor buitenstaanders zijn ze levensgevaarlijk om binnen te gaan. Gemeentelijke diensten en de politie hebben veelal geen toegang tot de wijk. Basisvoorzieningen als water, elektriciteit en riolering zijn vaak door de bewoners zelf aangelegd. In veel wijken worden ze gemeenschappelijk beheerd in sommige wijken zijn ze eigendom van de ’baas van het water’ en de ’baas van het licht’.
Door de afwezigheid van de overheid heerst in veel favela's de anarchie, het geweld en de drugshandel. Een gedeelte van de favela's wordt letterlijk geregeerd door drugsdealers. Geweld en criminaliteit zijn een onderdeel van het dagelijks leven.
De eerste favela: Morro da Providência
De eerste favela ontstond in 1897, na de oorlog van de federale troepen tegen de vermeende sekteleider Antônio Conselheiro in Canudos in de staat Bahia. Na de oorlog gewonnen te hebben, kwamen 20.000 soldaten in Rio terecht, waar hen woonruimte was beloofd. Door de toen al enorme bureaucratie duurde dat erg lang en de soldaten besloten hutten te gaan bouwen op een heuvel in het centrum van Rio, de Morro da Providência. De militairen noemden de heuvel Morro da Favela, naar een heuvel in Canudos. Vanaf toen werd elke nieuwe sloppenwijk favela genoemd. Er gaat ook een verhaal dat deze heuvel in Rio is vernoemd naar een plantje uit Bahia dat hier ook zou groeien, gezien het verschil in grondsoort is dit echter vrij onwaarschijnlijk. Wellicht hadden soldaten scheuten van het plantje bij zich en hebben geprobeerd het hier weer te laten groeien. Wat overigens niet gelukt is.
Nadat iedere nieuwe sloppenwijk favela ging heten hebben de bewoners besloten de naam van hun woonplek te veranderen naar Morro da Providência (Heuvel der Voorzienigheid). En onder die naam bestaat de favela nog steeds. De door 'Help mij leven' ondersteunde Sportclub Sparta is er gevestigd.
Sindsdien zijn er overal favela's gegroeid. De industrialisatie en de daarmee gepaard gaande trek van het platteland naar de stad in de afgelopen decennia heeft voor een ongelofelijke groei van de stedelijke bevolking gezorgd. De meeste steden hebben die groeiende vraag naar werk en een plek om te wonen niet bij kunnen houden en vele nieuwkomers waren daarom genoodzaakt een onderkomen te zoeken in de favela's.
Overheidsbeleid
Lange tijd wist de overheid niet wat ze aan moest met de favela's. Een regering en een stadbestuur hebben een verantwoordelijkheid voor huisvesting, voor infrastructuur en voorzieningen. Echter sinds het eerste ontstaan van favela's is de overheid al onmachtig gebleken om voor deze zaken te zorgen.
In Rio de Janeiro en ook in de rest van Brazilië, zie je vaak dat er twee soorten beleid gevoerd wordt als het om krottenwijken gaat. Het eerste is gericht op het proberen te saneren van de favelas. Vaak werden ze op gewelddadige wijze door het leger met de grond gelijk gemaakt of juist volledig genegeerd. Vooral in de jaren zestig tijdens de militaire dictatuur werden er grote woningbouwprojecten voor krottenwijkbewoners in de buitenwijken van de stad opgezet. Later in de jaren zeventig toen er langzaam een zekere politieke opening in Brazilië kwam, ontstond het beleid van urbaniseren. De regering tracht van de favela's reguliere stadswijken te maken. Zo is er tegenwoordig het project Favela Bairro in Rio gaande. Dit project heeft als doel elke favela die de structuur heeft om geurbaniseerd te worden (afhankelijk van de ligging en het aantal inwoners) te urbaniseren.
De grootste favela: Rocinha
De grootste favela en één van de meest gestructureerde van Rio de Janeiro is Rocinha. Ingeklemd tussen en gebouwd tegen twee bergen wonen er zo'n 200.000 mensen. Rocinha heeft redelijk goede voorzieningen en lijkt op een normale stadswijk. Zoals alle favela's heeft ook deze wijk een ongestructureerde woningbouw met een chaotische infrastructuur, onverharde wegen en valt meteen het enorme aantal mensen op straat en het lawaai op. Elektriciteit, water en riolering zijn echter goed georganiseerd en er is zelfs kabeltelevisie en internet. Er zijn vele winkels, scholen, medische klinieken, postkantoren, een hotel, zelfs een bank en twee politieposten. Kortom alle faciliteiten van een stad zijn aanwezig en de huur van de huizen is relatief hoog. De enige reden waarom deze favela een favela blijft is haar illegale status.
Leven in een favela
Krottenwijken worden veelal geassocieerd met families die uit elkaar vallen, drank, drugs, bedelaars en bendes die 's nachts de wijk onveilig maken. Kortom de bewoners (favelados) worden gezien als parasieten van de stedelijke economie. Hiermee wordt de bevolking tekort gedaan. Ervaring en onderzoek hebben de laatste decennia juist een heel ander beeld van dergelijke wijken en hun bewoners gegeven. Het waren juist niet de rurale drop-outs die kozen voor een nieuw leven in de stad, het waren juist de meer gemotiveerden die naar de stad trokken. Mensen met kennissen in de stad en de financiële middelen om er te komen.
Veel van de bewoners hebben een optimistische toekomstvisie en aspireren een betere opleiding voor hun kinderen en verbetering van hun woonsituatie. economisch gezien zijn het inventieve en harde werkers die daarnaast hun deel van de stedelijke consumptie voor hun rekening nemen. De zogeheten informele sector waarin veel van deze mensen werkzaam zijn, speelt een cruciale rol in de stedelijke economie. Zij namelijk, vegen de straten schoon, verkopen allerlei producten en levensmiddelen, brengen openbaar vervoer tot in verste uithoeken, verversen olie, timmeren, werken in de fabrieken, verkopen lootjes, maken op straathoeken eten klaar voor al die anderen die in de stad hun brood verdienen. Zij zijn degenen die de stad haar noodzakelijke arbeidspotentieel verschaffen.
De favela's zijn altijd een gezichtsbepalend fenomeen voor armoede in Rio de Janeiro en Brazilië in het algemeen geweest. Maar daarnaast zijn de slechte leefomstandigheden een bron geweest van culturele uitingen. De invloed van samba en carnaval op het leven in Rio en de gehele ontwikkeling van de muziek zou absoluut onmogelijk zijn geweest zonder de favela's en de favelados, die hun miserabele bestaan tot inspiratiebron verheffen en hun geschiedenissen verwerken met behulp van de muziek. Het is geen toeval dat de grootste Escolas de Samba, zoals Mangueira en Salgueiro, gevestigd zijn in favela's en er een grote invloed op het leven hebben.
Buurten in opbouw
Sloppenwijk of krottenwijk zijn benamingen die eigenlijk een verkeerd beeld oproepen. Natuurlijk zijn er favela's waar woningen bestaan uit niet meer bestaan dan afvalhout, golfplaten en kartonnen dozen. Daar tegenover staat dat een groot aantal wijken een proces van geleidelijke verbetering doormaakt. De bewoners besteden er vaak jaren aan de bouw van hun eigen huis. Ze beginnen met wat stenen of klei of afvalmaterialen. Wanneer de financiële positie het toelaat worden wat bakstenen aangeschaft die men op de binnenplaats opslaat tot de dag dat ze gebruikt kunnen worden. Langzaam aan worden aarden muren vervangen door muren van steen, verschijnt er een dak, een tweede verdieping, ontstaan de voor Latijns-Amerika typische 'nooit-af-woningen', die met hun betonijzers naar de hemel wijzen. Dit proces van verbetering beperkt zich niet alleen tot de woningen, maar strekt zich vaak uit tot de hele buurt. Vaak zonder planning ontstaan, met open riolen, onverharde wegen, ontbrekende watervoorziening, gebrek aan openbaar vervoer, worden deze wijken geleidelijk aan verbeterd. Bewoners steken, al dan niet in samenwerking met de lokale overheid, de handen uit de mouwen en zorgen voor het verharden van wegen, voor de aanleg van waterleiding of zelfs riolering. Kortom, krotten of krottenwijken zijn in ontwikkelingslanden dan soms ook beter te typeren als huizen en buurten in opbouw.
Natuurlijk zijn niet alle krottenwijken te bestempelen als buurten in opbouw. Er bestaan zeer grote verschillen in de aard van huisvesting, in de mate van ontwikkeling of in sommige gevallen in de mate van verval.
Favela's en hun bewoners voldoen niet aan het stereotype beeld van hulpeloze marginalen. Echter, de levensomstandigheden in deze wijken moeten ook weer niet te rooskleurig ingeschat worden. Lang niet iedereen in de volksbuurten is jong en ambitieus. Verpaupering doet zich op grote schaal voor, criminaliteit is vaak groter dan in andere delen van de stad, alcohol en drugs vormen vaak grote problemen onder buurtbewoners. Sommige buurten zijn het toneel van rivaliserende bendes vaak zelfs in die mate dat zelfs de politie de buurt niet meer durft te betreden.

